Analyse · september 2026

Copilot Studio: van idee naar werkende agent

Een eerste agent staat er binnen een uur. Of hij daarna ook gebruikt wordt, hangt af van beslissingen die in dat uur niet aan bod komen: welke motor eronder draait, waar de antwoorden vandaan komen, wie ze mag zien en wat het verbruik kost. Dit artikel loopt die route na, in de bouwomgeving zoals Microsoft die in juni 2026 opnieuw heeft opgezet.

In het kortWaar dit artikel over gaat

De eerste agent bouwen duurt in een training ongeveer veertig minuten. U beschrijft in gewone taal wat hij moet doen, koppelt er een SharePoint-site aan, stelt hem een paar vragen in het testvenster en publiceert hem naar Teams. Dat gaat bijna altijd goed, en het is ook het deel dat in elke demonstratie te zien is.

Wat daarna komt is minder zichtbaar en bepaalt of de agent over drie maanden nog bestaat. Waar haalt hij zijn antwoorden vandaan en zijn die bronnen goed genoeg? Wie mag welk antwoord zien? Wat kost het als tweehonderd mensen hem gaan gebruiken? En wie is er eigenaar als de bouwer van afdeling wisselt? Dit artikel loopt de route van idee naar werkende agent langs die vragen, met de bedragen en de tarieven erbij.

Voor wie dit geschreven is

Voor de IT-manager of informatiemanager die de vraag krijgt of "we daar ook zoiets mee kunnen", en voor de functioneel beheerder die de eerste agent al gebouwd heeft en nu moet uitleggen wat het gaat kosten. De tarieven en instellingen hieronder zijn op 13 september 2026 nagelopen bij Microsoft zelf. Copilot Studio verandert snel; de bronnen staan onderaan met datum.

01Wat een agent is, en wat het niet is

Een agent is geen chatbot met een beslisboom eronder, ook al lijkt het daar in de eerste demonstratie op. Microsoft omschrijft het als een assistent die gesprekken voert en taken afmaakt: hij volgt de instructies die u hem geeft, put uit de kennisbronnen die u eraan koppelt, en gebruikt hulpmiddelen om daadwerkelijk iets te doen. Bij elke vraag redeneert hij welke stap de beste is, in plaats van een pad af te lopen dat u vooraf helemaal heeft uitgetekend.

Dat verschil is praktisch. In de oude manier van werken schreef u per onderwerp een gespreksroute, en alles waar u niet aan gedacht had viel buiten de boot. In de huidige manier geeft u instructies en bronnen mee en bepaalt de agent zelf hoe hij een vraag aanpakt. Dat maakt hem sneller bruikbaar en tegelijk minder voorspelbaar, en dat is precies de spanning die de rest van dit artikel behandelt.

Naast agents kunt u in dezelfde omgeving werkstromen en agentstromen bouwen: vaste reeksen stappen die zich wel precies laten voorspellen. De combinatie is waar het in de praktijk op uitdraait. De agent praat met de mens en beoordeelt de vraag, de stroom doet het herhaalbare werk waarvan u niet wilt dat er per keer over nagedacht wordt.

02Drie motoren onder hetzelfde platform

Sinds 2026 draait wat u in Copilot Studio bouwt op een van drie motoren. Microsoft noemt dat de harness, en het is geen technische voetnoot: de keuze bepaalt hoe de agent redeneert, hoe ingewikkeld een taak mag zijn, wat hij standaard kan en hoe hij wordt afgerekend.

MotorWaar hij voor bedoeld isWat u moet weten
GitHub CopilotWerk met veel redeneerstappen en samengestelde bedrijfsprocessen.Het verbruik begint bij het bouwen, niet pas bij het publiceren.
StandaardAgents met vaste regels en herhaalbare gesprekken.Verbruik telt pas na publicatie. Dit is de motor waar de meeste bestaande agents op draaien.
Copilot ChatMicrosoft 365 Copilot Chat uitbreiden met de kennis van uw organisatie.Uw mensen blijven in de vertrouwde omgeving werken; de agent voegt de bronnen toe.

Dat eerste punt verdient nadruk, omdat het een verrassing kan opleveren aan het eind van de maand. Op de zwaarste motor kost het proefdraaien zelf ook credits: een oplossing laten opzetten in gewone taal, testen in het voorbeeldvenster en beoordelingen laten genereren verbruiken allemaal. Bij de standaardmotor begint de teller pas als de agent gepubliceerd is. Wie met een groep gaat oefenen doet er goed aan te weten op welke van de twee dat gebeurt.

Voor de meeste organisaties die hier beginnen is de standaardmotor het juiste vertrekpunt. Een agent die vragen beantwoordt uit een handboek, een reglement of een productcatalogus heeft geen diepe redeneerketen nodig, en is daarmee zowel goedkoper als beter te voorspellen.

03De vernieuwde bouwomgeving

Sinds juni 2026 opent Copilot Studio in een vernieuwde bouwomgeving. Dat is geen nieuwe verflaag maar een andere manier van werken, en wie de oude kent moet even opnieuw kijken. Met de schakelaar New experience op de startpagina gaat u terug naar de vertrouwde omgeving; beide blijven bestaan en bestaande agents blijven gewoon draaien.

Het zichtbaarste verschil is dat het aantal instellingentabbladen van negen naar vier is gegaan: Bouwen, Voorbeeld, Evalueren en Volgen. Op het tabblad Bouwen staan de instructies, de kennisbronnen, de hulpmiddelen, de vaardigheden en het gekozen model naast elkaar op één scherm, in plaats van verspreid over schermen die u een voor een langs moest.

Belangrijker dan de indeling is wat u er invult. In de oude omgeving tekende u het gesprek: een onderwerp, een triggerzin, een reeks knooppunten. In de nieuwe beschrijft u wat de agent moet doen en laat u het redeneren aan de motor over. Dat scheelt in de eerste uren aanzienlijk. Het verplaatst het werk ook: van knooppunten verslepen naar instructies schrijven die precies genoeg zijn, inclusief wat de agent nadrukkelijk niet doet.

Drie dingen die er niet eerder waren

Naast de nieuwe indeling zijn er drie toevoegingen die op termijn meer uitmaken dan het scherm zelf.

  • Vaardigheden. Een werkwijze die u één keer vastlegt in een tekstbestand met instructies en daarna aan meerdere agents meegeeft. De motor roept hem aan zodra een vraag bij de omschrijving past. Een declaratieprocedure of een vaste manier van rapporteren hoeft u zo niet in elke agent opnieuw uit te schrijven.
  • Geheugen. Aanzetten betekent dat de agent voorkeuren van een gebruiker onthoudt tussen gesprekken door, per persoon opgeslagen. Handig voor een assistent die iemand vaker spreekt, en een reden te meer om vooraf te bepalen wat u wel en niet wilt laten onthouden.
  • Gekoppelde agents. Één agent aan de voordeur die een vraag doorgeeft aan een agent die er meer verstand van heeft. Dat is nuttiger dan het klinkt, want het is ook de manier om te voorkomen dat elke afdeling een eigen alleskunner bouwt.

Ook de omgeving voor werkstromen is opnieuw getekend: acties, beslissingen en AI-stappen staan nu op één tekenvlak in plaats van in aparte schermen. En een agent kan een MCP-server als hulpmiddel krijgen, waarmee een extern systeem beschikbaar komt zonder dat er een connector voor gebouwd hoeft te worden.

Wat het kost om hier gebruik van te maken

Vaardigheden, geheugen en gekoppelde agents werken op de GitHub Copilot-motor, en dat is de motor waarop het bouwen en testen zelf al credits kost. Voor een agent die een handboek ontsluit is dat zelden nodig; de standaardmotor doet dat werk goedkoper en beter voorspelbaar. Voor een agent die een proces van begin tot eind afmaakt, ligt het andersom. De vernieuwde bouwomgeving is dus niet automatisch de goedkopere keuze, en dat is de afweging die in de volgende secties terugkomt.

04De route van idee naar agent

De volgorde hieronder is de volgorde die wij in trainingen aanhouden, en hij wijkt bewust af van de volgorde waarin het scherm u leidt. Het scherm begint bij bouwen; deze lijst begint bij de vraag of er iets te bouwen valt.

  1. Kies een vraag die vaak gesteld wordt en een vast antwoord heeft. Niet het ingewikkeldste proces dat u kent, maar het meest herhaalde. De helpdeskvraag over wachtwoorden, de HR-vraag over verlof, de vraag welke versie van het handboek geldt.
  2. Wijs de bron aan en kijk of die klopt. Dit is de stap die overgeslagen wordt en de meeste projecten kost. Een agent op een verouderd handboek geeft verouderde antwoorden, alleen sneller en met meer overtuiging.
  3. Maak de agent en schrijf de instructies. Beschrijven in gewone taal wat hij moet doen werkt; de kunst zit in wat u erbij zet over wat hij niet doet en wanneer hij moet doorverwijzen naar een mens.
  4. Koppel de kennisbronnen. SharePoint, Dataverse, geüploade documenten, openbare websites of gekoppelde bedrijfsgegevens. Hoe die zich tot elkaar verhouden, staat in de volgende sectie.
  5. Test met vragen die u niet zelf bedacht heeft. Laat vijf collega’s uit de doelgroep tien vragen stellen. De helft van wat er misgaat komt uit vragen die de bouwer nooit zou stellen.
  6. Publiceer naar één kanaal. Meestal Teams, omdat daar de mensen al zitten. Een agent op vier kanalen tegelijk is vier keer zoveel onderhoud voordat u weet of het idee werkt.
  7. Kijk na twee weken in de cijfers. Copilot Studio laat per agent zien wat er gevraagd is, welke kennisbron gebruikt werd en hoeveel credits het kostte. Dat is het moment waarop u besluit uit te breiden of te stoppen.

De stappen twee en vijf zijn de stappen die het verschil maken, en ze staan allebei niet in de handleiding van het product. Dat is geen kritiek op Microsoft; het is de reden dat een agent bouwen makkelijker is dan een agent hebben.

05Kennisbronnen: waar het antwoord vandaan komt

De kwaliteit van een agent is de kwaliteit van zijn bronnen. Copilot Studio ondersteunt er vijf soorten, met verschillen in aantallen en in hoe de rechten meelopen.

BronWat het isRechten
Openbare websiteZoekt via Bing, maar geeft alleen resultaten van de websites die u opgeeft. Tot 25 sites.Geen aanmelding nodig.
DocumentenBestanden die u uploadt naar de agent zelf.Geen aanmelding nodig.
SharePointEen of meer SharePoint-adressen, tot 25 in de moderne werkwijze.Werkaccount van de vrager.
DataverseGestructureerde gegevens uit uw Power Platform-omgeving.Werkaccount van de vrager.
Gekoppelde bedrijfsgegevensSystemen die via connectoren in de zoekindex van Microsoft staan.Werkaccount van de vrager.

Die laatste kolom is de belangrijkste van het hele artikel. Bij SharePoint, Dataverse en gekoppelde gegevens antwoordt de agent onder het account van degene die de vraag stelt, en toont hij alleen wat die persoon zelf al mocht openen. Een agent rekt geen rechten op.

Wat hij wél doet, is zichtbaar maken wat er te breed gedeeld staat. Een map met beoordelingsgesprekken die ooit per ongeluk op "iedereen in de organisatie" is gezet, blijft jaren onopgemerkt zolang niemand ernaar zoekt. Een agent zoekt wel. Dat is geen argument tegen agents, het is een argument om de eerste agent te richten op een site waarvan u weet hoe de rechten staan, en het opruimen van de rest als eigen project op te pakken.

De uitzondering die u moet kennen

Publiceert u een agent zonder aanmelding, bijvoorbeeld op een openbare website voor klanten, dan geldt er geen persoonlijk rechtenprofiel. Alles wat u aan die agent koppelt is dan in principe zichtbaar voor iedereen die hem aanspreekt. Voor een agent op uw productdocumentatie is dat prima. Voor een agent op een interne SharePoint is het een incident dat op gebeuren staat.

Nog een verschil dat in de praktijk telt: een agent die door de hele Microsoft Graph van de organisatie mag zoeken, geeft merkbaar betere antwoorden op documenten dan een agent die alleen een SharePoint-adres kent. Die mogelijkheid kost wel extra, en daarover gaat de sectie over verbruik.

06De instelling die bepaalt of u de antwoorden kunt vertrouwen

In de instellingen voor generatieve AI staat een schakelaar die weinig mensen bewust omzetten en die bepaalt hoe de agent zich gedraagt als hij het niet weet: ongegronde antwoorden toestaan.

Staat die aan, dan mag de agent antwoorden uit de algemene kennis van het model, ook als hij geen enkele bron of hulpmiddel heeft gebruikt. Staat die uit, dan blokkeert hij elk antwoord waarbij geen bron is geraadpleegd, en valt hij terug op de melding dat hij het niet weet. Voor een agent die reglementen uitlegt is uitzetten bijna altijd de juiste keuze: liever geen antwoord dan een plausibel antwoord dat niet in het reglement staat.

Daar zit wel een bijverschijnsel aan dat u moet kennen, want het levert anders een foutmelding op waar niemand iets van begrijpt. Met de schakelaar uit geeft de agent alleen antwoord als er ook een bronverwijzing in het antwoord staat. Het model vergeet die verwijzing af en toe, en dan houdt de agent een antwoord dat op zich klopte alsnog in. Dezelfde vraag nog eens stellen kan dan wel werken. Microsoft adviseert om in de instructies van de agent expliciet te vragen bij elke uitspraak naar de bron te verwijzen, en instructies te vermijden die de opmaak dwingend vastleggen, want die duwen de verwijzing eruit.

Twee instellingen liggen ernaast. De ene bepaalt of de agent ook op het open web mag zoeken, wat handig is voor een agent over publieke regelgeving en ongewenst voor een agent over uw interne procedures. De andere is de mate van inhoudelijke filtering, die standaard op hoog staat: lager zetten levert meer antwoorden op en tegelijk minder bescherming. Geen van beide is een technische knop; het zijn keuzes over waar de agent voor is.

07Wat een agent kost

Verbruik wordt sinds 1 september 2025 afgerekend in Copilot Credits, die daarvoor berichten heetten. U koopt ze vooraf in pakketten, of u rekent achteraf af via een Azure-abonnement. Microsoft noemt op de eigen prijspagina een pakket van 25.000 credits voor 200 dollar per pakket per maand. Ongebruikte credits gaan niet mee naar de volgende maand.

Wat een gesprek kost, hangt af van wat de agent doet. De tarieven van Microsoft, per handeling:

Wat de agent doetCreditsMet Microsoft 365 Copilot-licentie
Een vooraf geschreven antwoord geven1Geen kosten
Een antwoord opstellen uit een kennisbron2Geen kosten
Een actie uitvoeren5Geen kosten
Zoeken door de hele Microsoft Graph van de organisatie10Geen kosten
Stappen in een agentstroom, per honderd stappen13Geen kosten bij de juiste aanroep
Zware redeneerhulpmiddelen, per tien antwoorden100Geen kosten

De derde kolom is voor veel organisaties het hele verhaal. Gebruikt uw eigen medewerker een agent binnen Microsoft 365, Teams of SharePoint, en heeft die medewerker een Microsoft 365 Copilot-licentie, dan zijn deze vormen inbegrepen. De credits worden dan interessant zodra de agent naar buiten gaat, naar klanten of naar collega’s zonder die licentie.

Twee rekensommen om een gevoel voor de orde van grootte te geven, allebei uit de voorbeelden die Microsoft zelf noemt. Een klantenserviceagent op een website die per gesprek vier vaste antwoorden en twee opgestelde antwoorden geeft, verbruikt bij negenhonderd bezoekers per dag 7.200 credits per dag. Een interne agent die automatisch reageert op een binnenkomende bestelling en vier acties uitvoert, verbruikt 20 credits per keer. Het verschil tussen die twee is niet de complexiteit maar het aantal mensen.

Zet de grens voordat u publiceert

Raakt het verbruik op 125 procent van wat u heeft ingekocht, dan worden de agents uitgeschakeld. Een lopend gesprek wordt afgemaakt, daarna krijgen gebruikers de melding dat de agent zijn gebruikslimiet heeft bereikt. In het beheercentrum voor Power Platform kunt u per agent een maandelijkse grens instellen; dat is een minuut werk en het voorkomt dat een enkele agent de capaciteit van de hele organisatie opsnoept. Voor agentstromen geldt een mildere variant: daar worden alleen nieuwe uitvoeringen geblokkeerd en blijft de agent verder gewoon antwoorden.

Wilt u het vooraf uitrekenen, dan bestaat er een verbruiksschatter waarin u het type agent, het verwachte verkeer, de manier van aansturen en de gekoppelde bronnen invult. Dat is nauwkeuriger dan een aanname, en het is bovendien een goed gesprek om met de opdrachtgever te voeren voordat er gebouwd wordt.

08Publiceren: waar de agent terechtkomt

Een agent kan naar Microsoft Teams, naar Microsoft 365 Copilot, naar websites en naar mobiele toepassingen, en agents kunnen in meerdere talen werken. In de praktijk is Teams bijna altijd het eerste kanaal, om een reden die weinig met techniek te maken heeft: daar zitten de mensen al. Een agent op een intranetpagina die twee keer per week bezocht wordt, wordt niet gebruikt, hoe goed hij ook is.

Er hoort een tweede beslissing bij die vaak vergeten wordt: hoe iemand zich aanmeldt. Kiest u voor aanmelden met het werkaccount, dan lopen de rechten mee zoals hierboven beschreven. Kiest u voor geen aanmelding, dan is de agent voor iedereen gelijk. Dat is een bewuste keuze en geen instelling die u overneemt van het voorbeeld waar u mee begon.

Publiceren is bovendien geen eenmalige handeling. De agent die gebruikers zien is de gepubliceerde versie; wijzigingen die u maakt staan in een concept tot u opnieuw publiceert. Dat klinkt vanzelfsprekend en het is de meest voorkomende verwarring in de eerste maand: iemand past de instructies aan, ziet in het testvenster dat het werkt, en begrijpt niet waarom de collega in Teams nog het oude antwoord krijgt.

09Het overzicht dat voorkomt dat u vijftig agents krijgt

Zodra bouwen makkelijk wordt, wordt bouwen veel gedaan. Dat is het punt waarop organisaties merken dat ze niet weten hoeveel agents er bestaan, wie ze gemaakt heeft en waar ze bij mogen.

Microsoft heeft daar een inventarisatie voor. Die toont per agent, zowel de gepubliceerde als de nog niet gepubliceerde, wie hem heeft gemaakt, wanneer hij voor het laatst is gepubliceerd, naar welke kanalen, hoe gebruikers zich aanmelden, met hoeveel mensen of groepen hij gedeeld is en welke connectoren eraan hangen. Het overzicht ververst zichzelf; een wijziging is doorgaans binnen twintig minuten zichtbaar. Bij het schrijven van dit artikel zijn verschillende velden nog in voorbereiding, dus reken erop dat het beeld de komende maanden nog verandert.

Wat u ermee doet is belangrijker dan dat het bestaat. Drie afspraken houden het beheersbaar: elke agent heeft een eigenaar met een naam, elke agent heeft een reden waarom hij bestaat die in één zin op te schrijven is, en elke agent wordt na drie maanden opnieuw bekeken. Agents zonder gebruik zijn geen probleem zolang u weet dat ze er zijn.

Dit is ook waar de invoering van agents overgaat in een organisatievraag in plaats van een technische. Wie daar een structuur voor wil in plaats van losse afspraken, vindt dat terug in onze training AI-adoptie volgens een framework, waarin beoordeling, verandering en governance in samenhang aan bod komen.

10Welke ideeën het halen en welke niet

Na een aantal jaren hetzelfde gesprek voeren, valt er een patroon te herkennen in welke voorstellen na drie maanden nog draaien.

Wat het meestal haalt: vragen die vaak gesteld worden en een vast, vindbaar antwoord hebben. De agent op het personeelshandboek. De agent op de productdocumentatie voor de servicedesk. De agent die een aanvraag in behandeling neemt door vier vaste stappen te doorlopen en aan het eind een mail te sturen. Gemeenschappelijk kenmerk: er bestaat een document of een proces waar het goede antwoord al in staat.

Wat het meestal niet haalt: agents die iets moeten beoordelen waar de organisatie zelf geen vastgelegd standpunt over heeft. Agents op een verzameling documenten waarvan niemand meer weet welke geldig is. En agents die zijn bedacht om een organisatorisch probleem te omzeilen, bijvoorbeeld omdat de kennisbank al twee jaar niet is bijgewerkt en niemand daar tijd voor krijgt. In dat laatste geval bouwt u een snellere manier om een verouderd antwoord te krijgen.

Een agent bouwen kost dus zelden de meeste tijd. Bepalen welk werk zich ervoor leent en de bron op orde brengen, kost die wel. Organisaties die dat vooraf doen, hebben na een kwartaal drie agents die gebruikt worden. Organisaties die beginnen bij het scherm hebben er tien waarvan niemand meer weet waar ze voor waren.

Tot slotNuchtere conclusie

Copilot Studio maakt het bouwen van een agent toegankelijk voor mensen die niet programmeren, en dat is een echte verschuiving. Maar de vaardigheid die het vraagt, is verplaatst en niet verdwenen. Waar het vroeger ging om het schrijven van gespreksroutes, gaat het nu om het beoordelen van bronnen, het begrijpen van rechten en het inschatten van verbruik. Dat is werk voor iemand die de organisatie kent, niet per se voor iemand die de techniek kent.

De goedkoopste manier om erachter te komen of dit iets voor u is, is klein beginnen bij een vraag die uw servicedesk tien keer per week krijgt. Werkt die agent, dan heeft u een voorbeeld waarmee u het gesprek over de volgende vijf kunt voeren. Werkt hij niet, dan weet u binnen twee weken waarom, en dat is meestal een bron die niet klopt in plaats van een platform dat tegenvalt.

Wilt u dat begeleid doen, dan levert onze Copilot Studio-training aan het eind van de dag een werkende agent op, gebouwd op uw eigen kennisbron. Liever de bouw uitbesteden of samen oppakken, dan is daar de dienst Copilot Studio agents bouwen voor. En speelt eerst de vraag wat er zonder betaalde licentie al mogelijk is met agents, dan staat dat op een rij in Copilot Chat: wat krijgt u gratis en wat niet.

BronnenNagelopen op 13 september 2026

Van idee naar werkende agent

Bouw uw eerste agent op uw eigen kennisbron

Mellaart Trainingen werkt met uw eigen documenten en uw eigen vragen, zodat u aan het eind van de dag geen voorbeeld heeft maar iets wat in uw organisatie staat. Online of op locatie.