Analyse · september 2026

Waarom de uitrol van Copilot vastloopt (en wat wél werkt)

De licenties zijn toegekend, de kennismakingssessie is geweest, en drie maanden later gebruikt een kwart van de mensen het nog. Dit artikel behandelt de vijf plekken waar het in de praktijk misgaat, wat het onderzoek erover zegt, en welke volgorde wél tot blijvend gebruik leidt.

In het kortWaar dit artikel over gaat

Het gesprek dat wij het vaakst voeren, gaat niet over de vraag of Copilot werkt. Het gaat over de vraag waarom het bij de buren wel iets oplevert en hier niet. De organisatie heeft dan al betaald, al uitgerold en al uitgelegd, en zit met een factuur die voor honderd procent van de mensen loopt terwijl het gebruik bij een handjevol zit. Dit artikel beschrijft de vijf plekken waar dat misgaat, in de volgorde waarin ze zich voordoen.

De rode draad is dat geen van die vijf een technisch probleem is. Ze gaan over wie de licentie krijgt, over wat er in de gedeelde mappen staat, over wat er gemeten wordt, over wat er na de eerste sessie gebeurt en over de vraag waar het hulpmiddel niet voor bedoeld is. Aan het eind staat een tijdlijn van negentig dagen en een lijst met cijfers die het gesprek met uw directie feitelijk maken in plaats van anekdotisch.

Voor wie dit geschreven is

Voor de mensen die verantwoordelijk zijn voor de invoering: IT-beheer, projectleiders, HR en opleiding, en de leidinggevende die de licenties op zijn budget heeft staan. Het artikel gaat uit van Microsoft 365 Copilot en Copilot Chat, maar het patroon is hetzelfde bij ChatGPT, Claude of Gemini. Alleen de knoppen heten anders.

01Wat "vastlopen" in cijfers betekent

Het beeld dat organisaties van hun eigen uitrol hebben, is meestal somberder dan ze durven uitspreken, en het onderzoek geeft ze gelijk. Deloitte beschrijft in The State of AI in the Enterprise van januari 2026 dat slechts een kwart van de ondervraagde bedrijven minstens veertig procent van de eigen AI-pilots in productie heeft gekregen. In hetzelfde onderzoek geeft 37 procent aan AI vooral oppervlakkig te gebruiken, zonder dat er iets aan de manier van werken verandert, tegenover 30 procent die de kernprocessen er daadwerkelijk op aanpast.

Voor Nederland is het beeld scherper. In State of Integration & AI 2026, uitgevoerd door Sapio Research onder 611 IT- en zakelijke beslissers in zes Europese landen, levert 21 procent van de Nederlandse AI-projecten een meetbaar resultaat op. Dat was de laagste score van de onderzochte landen. Tegelijk zegt 67 procent van de Nederlandse bedrijven AI in te zetten, gestegen van 34 procent in 2023. Er wordt dus veel ingevoerd en weinig geoogst.

Twee cijfers uit datzelfde rapport verklaren een groot deel van dat verschil, en het zijn niet de cijfers waar de meeste aandacht naar uitgaat: 38 procent van de organisaties ervaart interne weerstand, en 34 procent van de organisaties die AI inzetten noemt opschaling als het struikelblok. Het struikelblok zit dus in de mensen en in de stap van pilot naar hele organisatie. De keuze van het hulpmiddel komt in die cijfers niet voor.

Wat het onderzoek meetUitkomstBron
Bedrijven met minstens 40% van de AI-pilots in productie25%Deloitte, januari 2026
Bedrijven die AI oppervlakkig inzetten, zonder procesverandering37%Deloitte, januari 2026
Bedrijven met een volwassen governancemodel voor agentic AI21%Deloitte, januari 2026
Nederlandse AI-projecten met een meetbaar resultaat21%Frends / Sapio Research, april 2026
Nederlandse organisaties die interne weerstand ervaren38%Frends / Sapio Research, april 2026

Neem deze getallen niet als voorspelling voor uw eigen organisatie. Neem ze als bewijs dat een uitrol die blijft steken geen uitzondering is en geen bewijs van onvermogen. Het is het normale resultaat van een normale aanpak. Wat volgt, zijn de vijf plekken waar die aanpak het verliest.

02Vastloper 1: de licentie gaat naar wie erom vraagt

De eerste beslissing is bijna altijd dezelfde en bijna altijd verkeerd. Er komt een budget voor een aantal zetels, de vraag wordt breed uitgezet, en de licenties gaan naar de mensen die het hardst riepen of het hoogst in de organisatie zitten. Dat is een prima manier om enthousiasme te belonen en een slechte manier om te ontdekken waar AI daadwerkelijk werk scheelt.

Microsoft levert precies hiervoor een rapport dat zelden geopend wordt. Het gereedheidsrapport in het Microsoft 365-beheercentrum laat twee dingen tegelijk zien: wie technisch in aanmerking komt voor een licentie, en hoe actief die mensen de Office-toepassingen gebruiken waar Copilot in werkt. Dat tweede deel is het interessante. Iemand die Word twee keer per maand opent en verder in een vakapplicatie zit, gaat weinig merken van een Copilot-licentie, hoe graag hij hem ook wil.

Het patroon dat hieruit volgt

Licenties verdeeld over de hele organisatie, twee per afdeling, zodat het eerlijk voelt. Het gevolg: nergens ontstaat een groep die er samen mee werkt. Wie een vraag heeft, heeft geen collega om het aan te vragen. Concentreer de eerste zetels liever in twee of drie teams die veel met documenten en overleg werken, ook als dat scheef voelt.

Microsoft adviseert in de eigen uitrolhandleiding uitdrukkelijk een gefaseerde aanpak: begin met een kleine groep, verzamel wat daar gebeurt, en breid uit met wat u daar leert. Die volgorde is niet bedoeld om kosten te sparen. Hij is bedoeld om de mensen te vinden die later uw interne aanspreekpunten worden. Zonder die eerste groep heeft u bij de brede uitrol niemand die uit ervaring kan uitleggen waarom iets wel of niet lukt.

Overweegt u eerst zonder licenties te beginnen, dan is dat vaker verstandig dan het klinkt. Copilot Chat zit bij vrijwel elk zakelijk Microsoft 365-abonnement en kost niets extra. Vier weken kijken wie dat uit zichzelf oppakt, levert een betere verdeellijst op dan elke inventarisatieronde. Wat Copilot Chat wel en niet doet, staat in onze training over Copilot Chat; wat de betaalde uitbreiding kost en welke posten daar nog bij komen, staat in wat kost Microsoft 365 Copilot echt.

03Vastloper 2: er is geen nulmeting, dus geen gesprek

Vraag een half jaar na de uitrol hoe het gaat, en u krijgt verhalen. Iemand heeft een offerte in twintig minuten in plaats van twee uur gemaakt. Iemand anders vond de samenvatting van een vergadering onbruikbaar. Beide zijn waar, geen van beide is een antwoord, en de directie die de verlenging moet tekenen heeft er niets aan.

Het ontbrekende stuk is bijna nooit een dashboard. Het is een getal van vóór de start. Microsoft biedt drie meetbronnen en ze zijn alle drie beschikbaar zodra u licenties heeft:

  • Het gereedheidsrapport in het beheercentrum: wie komt in aanmerking, en hoe actief zijn die mensen in de Office-toepassingen. Beschikbaar binnen 72 uur, met een vertraging van maximaal 72 uur op de gebruiksgegevens.
  • Het gebruiksrapport: adoptie, terugkeer en betrokkenheid per toepassing, plus welke agents worden gebruikt. Gegevens over een dag zijn doorgaans binnen 48 uur zichtbaar.
  • Het Copilot Dashboard in Viva Insights: adoptie- en effectpagina's per groep, met de mogelijkheid toegang te delegeren aan wie de analyse doet. Organisaties met minimaal één toegekende licentie kunnen hier inmiddels ook de inzichten over Copilot Chat zien.

Van die drie is het woord terugkeer het belangrijkste. Het aantal mensen dat Copilot ooit heeft geopend, stijgt na een uitrol altijd; het zegt alleen iets over nieuwsgierigheid. Het aantal mensen dat er deze week én vorige week mee werkte, is het getal dat u wilt volgen. Dat is ook het getal dat als eerste daalt zodra de begeleiding stopt.

Weet wat u meet

Meetgegevens zijn geen absolute waarheid. Microsoft meldt zelf dat twee statistieken over e-mail, het opstellen van een concept en het samenvatten van een gesprek, tussen 1 juni 2025 en 18 februari 2026 te laag zijn vastgelegd, met gevolgen voor de afgeleide cijfers over bespaarde uren. Vanaf 18 februari 2026 klopt de berekening. Wie over die periode heen vergelijkt, vergelijkt twee verschillende meetmethoden.

Een nulmeting kost een middag en bepaalt of u over drie maanden een gesprek voert over resultaat of over gevoel. Doe hem voordat de eerste licentie wordt toegekend, en leg vast wat u ziet, niet alleen in het dashboard maar ook in een korte enquête onder de doelgroep. Twee vragen volstaan: welk deel van uw werk kost u nu de meeste tijd, en waar zou u hulp bij willen. Diezelfde twee vragen stelt u negentig dagen later opnieuw.

04Vastloper 3: Copilot laat zien wat al te breed gedeeld stond

Dit is de vastloper die uitrollen echt stillegt, en hij komt zelden in de planning voor. Copilot geeft een gebruiker toegang tot informatie waar die gebruiker al bij mocht: er worden geen rechten toegevoegd en geen rechten omzeild. Het verschil met vroeger is de manier van vragen. Om via zoeken een salarisoverzicht te vinden, moest u weten dat het bestond en ongeveer hoe het heette. Om het via Copilot te vinden, hoeft u alleen te vragen wat de directie dit jaar aan personeel uitgeeft.

Wat dan naar boven komt, is geen fout van Copilot maar tien jaar gegroeide praktijk: sites die ooit met de hele organisatie gedeeld zijn, mappen waar iemand de overerving van rechten heeft doorbroken om één collega toegang te geven, sites zonder eigenaar waar niemand meer naar kijkt. Microsoft heeft daar inmiddels een uitgebreid instrumentarium voor:

  • Beoordelingen vooraf. Het Content Management Assessment in SharePoint Advanced Management wijst sites aan met een te groot publiek, doorbroken overerving, ongepaste deling, en sites die inactief of zonder eigenaar zijn. In Microsoft Purview draaien risicobeoordelingen wekelijks automatisch op de honderd meest gebruikte sites.
  • Tijdelijke afscherming. Restricted Content Discovery houdt aangewezen sites buiten de antwoorden van Copilot terwijl u opruimt. Hetzelfde geldt voor beleid dat gevoelige stukken uitsluit van de onderbouwing van antwoorden.
  • Structurele maatregelen. Gevoeligheidslabels op sites en bestanden, automatisch labelen van wat al bestond, en beleid dat delen buiten de organisatie blokkeert voor wat als vertrouwelijk is gemarkeerd.
Een misverstand dat vaak voorkomt

Restricted SharePoint Search wordt geregeld ingezet als oplossing. Microsoft schrijft er zelf bij dat het geen beveiligingsgrens is, dat het niets aan rechten verandert, en dat het als tijdelijke maatregel bedoeld is. Het garandeert ook niet dat alleen toegestane sites verschijnen: een site die een gebruiker recent heeft geopend of die met hem gedeeld is, komt alsnog in beeld. Gebruik het als overbrugging terwijl u de rechten echt opruimt, en zet het daarna uit.

De praktische les is de volgorde. Een uitrol die begint met licenties en daarna op rechten stuit, staat stil op het moment dat de aandacht van de organisatie het grootst is. Een uitrol die begint met een beoordeling van de gedeelde omgevingen, verliest twee weken en houdt daarna tempo. Trek hier ook de vraag naar voren wie de rol van AI-beheerder krijgt: dat is een aparte rol in Microsoft Entra, met toegang tot de instellingen, de gezondheids- en gebruiksrapportages en het goedkeuren van agents.

05Vastloper 4: één sessie, en daarna stilte

De vierde vastloper is de bekendste en wordt het vaakst herhaald. Er is een startsessie van een uur, er wordt een reeks mogelijkheden getoond, iedereen is onder de indruk, en daarna gaat iedereen terug naar zijn eigen werk. Daar zit het verschil: in de sessie ging het over Copilot, en op het bureau ligt een subsidieaanvraag, een jaarrekening of een roosterprobleem. De vertaalslag tussen die twee is precies wat er niet gebeurd is.

Er zit ook een psychologisch mechanisme onder dat de meeste plannen onderschatten. Een eerste antwoord dat niet klopt, weegt zwaarder dan tien antwoorden die wel kloppen. Wie in week één een verzonnen bedrag in een samenvatting aantreft, concludeert dat het hulpmiddel onbetrouwbaar is en gaat verder met de oude werkwijze. Dat oordeel is niet onredelijk, het is alleen te vroeg getrokken. Het corrigeren ervan vraagt iemand die kan uitleggen waarom het misging en wat er anders geformuleerd had kunnen worden.

Wat aantoonbaar wel werkt, is niet nieuw en komt uit het verandervak: een netwerk van collega's die het al doen. Microsoft beschrijft in de eigen adoptiematerialen dat leren van collega's in een werkomgeving de meest effectieve vorm is, en dat interne aanspreekpunten twee dingen tegelijk opleveren, namelijk minder druk op de IT-afdeling en eerlijke terugkoppeling over wat er in de praktijk misgaat. Een paar vuistregels die daarbij horen:

  • Kies de aanspreekpunten in het team zelf en niet in IT. De vragen die collega's stellen gaan over hun eigen stukken en over hoe je die aanpakt.
  • Maak hun rol zichtbaar en geef er tijd voor. Een aanspreekpunt dat het erbij doet in de avonduren, houdt het twee maanden vol.
  • Plan een tweede sessie drie tot vier weken na de eerste. Dan zijn de vragen echt en gaat het over eigen stukken.
  • Verzamel wat er goed ging en deel het. Eén collega die laat zien hoe hij zijn wekelijkse rapportage nu maakt, overtuigt meer dan elke presentatie van de leverancier.
Let op wat er niet in de dienstverlening zit

Microsoft FastTrack ondersteunt bij gereedheid, licentietoekenning, instellingen en meten. In de eigen omschrijving staat expliciet buiten scope: projectmanagement en implementatie, het opstellen en uitvoeren van een adoptie- en veranderstrategie, en eindgebruikerstraining. Dat is geen kritiek op FastTrack, het is een grens die goed staat aangegeven. Organisaties die aannemen dat dit deel meekomt, ontdekken het vaak pas als de licenties al lopen.

Het oefenen zelf is het halve werk. Wie zijn eigen conceptbrief, eigen spreadsheet of eigen vergadering meeneemt naar de sessie, leert in twee uur meer dan in een dag algemene voorbeelden. Dat is de opzet van onze training Microsoft 365 Copilot, en voor wie het formuleren van opdrachten verder wil aanscherpen, van prompt engineering. De achtergrond bij de functies zelf staat in de complete gids over Microsoft 365 Copilot.

06Vastloper 5: niemand heeft opgeschreven waar het niet voor is

De vijfde is de stilste. In vrijwel elk uitrolplan staat wat Copilot kan. In vrijwel geen enkel plan staat waar het ophoudt, en dat verschil bepaalt hoeveel vertrouwen er overblijft.

Twee soorten grenzen horen opgeschreven te worden, en ze staan los van elkaar. De eerste is inhoudelijk: welk werk is het niet geschikt voor. Rekenwerk waar het exacte bedrag telt, juridische formuleringen die precies moeten zijn, een samenvatting die als officieel verslag doorgaat, een besluit dat navolgbaar moet zijn. De tweede is organisatorisch: welke gegevens gaan er niet in, wie controleert wat er uitkomt voordat het naar buiten gaat, en wat doet iemand die een antwoord krijgt dat hij niet had mogen zien.

Die tweede lijst is precies wat het Deloitte-cijfer over governance aanwijst: 21 procent van de bedrijven heeft daar een volwassen model voor, terwijl driekwart binnen twee jaar met zelfstandig handelende agents aan de slag wil. Dat gat wordt groter zodra agents niet alleen antwoord geven maar ook handelingen verrichten. Een organisatie die nu al weet wie welke agent mag publiceren en wie erop toeziet, loopt straks niet achter de feiten aan.

Praktisch is dit één A4 per team, geschreven door het team zelf. Drie kopjes volstaan: hiervoor gebruiken wij het, hiervoor niet, en dit controleren wij altijd. Dat blad is nuttiger dan elk beleidsdocument, omdat het in de taal van het werk staat en omdat de mensen die het moeten volgen het zelf hebben opgeschreven.

07Wat wél werkt: dezelfde stappen, andere volgorde

Wat opvalt aan uitrollen die wel lukken, is niet dat er andere dingen gebeuren. Het zijn dezelfde onderdelen, in een andere volgorde en met een meting eromheen. Vier stappen, die zich laten samenvatten als: weet waar u staat, maak het meetbaar, breng het naar de werkvloer, en borg het.

StapWat u doetWaar het aan vastzit als u het overslaat
Weten waar u staatGereedheidsrapport lezen, rechten op gedeelde omgevingen beoordelen, korte enquête onder de doelgroepLicenties bij mensen die er weinig aan hebben, en opruimwerk dat midden in de uitrol valt
Meetbaar makenNulmeting vastleggen, bepalen welke cijfers u volgt en wie ze bekijktEen verlengingsgesprek dat op anekdotes rust
Naar de werkvloerOefenen met eigen stukken, aanspreekpunten aanwijzen, tweede sessie na drie tot vier wekenEnthousiasme in week een, terugval in week drie
BorgenAfspraken per team op papier, controlemomenten, opnieuw meten na negentig dagenGebruik dat wegzakt zodra de aandacht verschuift

Deze vier stappen zijn ook de opbouw van onze training AI-adoptie volgens een framework, waarin assessment, meten, verandermanagement en governance als één samenhangende route worden behandeld en u met een werkend adoptieplan vertrekt. Gaat het u in de eerste plaats om de vraag welke training voor welke groep past, dan staat het volledige overzicht op de pagina met AI- en Copilot-trainingen.

08Negentig dagen, concreet

Hieronder een tijdlijn zoals wij hem in de praktijk aanhouden. Hij gaat uit van een organisatie die Microsoft 365 draait en Copilot wil invoeren, met een eerste groep van twintig tot vijftig mensen. Grotere organisaties doorlopen dezelfde stappen met meer mensen per stap, niet met meer stappen.

Week 1 en 2: kijken, niet kopen

Gereedheidsrapport lezen en vastleggen wie technisch in aanmerking komt en wie actief is in de toepassingen. Copilot Chat aanzetten voor iedereen die er recht op heeft en vier weken laten lopen. Beoordeling starten op de gedeelde omgevingen: sites met een te groot publiek, doorbroken overerving, sites zonder eigenaar. Korte enquête onder de doelgroep met de twee vragen uit sectie 03. AI-beheerder aanwijzen.

Week 3 en 4: opruimen en kiezen

De tien tot twintig meest risicovolle sites aanpakken: te ruime toegang eraf, eigenaarschap beleggen, waar nodig tijdelijk buiten de antwoorden van Copilot houden. Ondertussen bekijken wie Copilot Chat uit zichzelf oppakt. Op basis daarvan de eerste groep samenstellen, geconcentreerd in twee of drie teams. Nulmeting vastleggen.

Week 5 tot 8: oefenen met eigen werk

Licenties toekennen aan de eerste groep. Trainingssessies met eigen documenten, per rol ingericht, niet per toepassing. Aanspreekpunten aanwijzen en hun rol zichtbaar maken. Per team het A4 opstellen met waarvoor het wel en niet gebruikt wordt. Tweede sessie inplannen voor drie tot vier weken later.

Week 9 tot 12: meten en uitbreiden

Tweede sessie houden, nu met de vragen die uit de praktijk zijn gekomen. Gebruiksrapport en Copilot Dashboard naast de nulmeting leggen, met de nadruk op terugkerend gebruik en niet op eenmalig openen. Enquête herhalen. Op basis daarvan de tweede groep samenstellen, en de aanspreekpunten uit groep een inzetten bij de begeleiding van groep twee.

Wat u aan het eind in handen heeft

Een cijfer over terugkerend gebruik met een vergelijkingspunt, een opgeruimde rechtenstructuur, een groep mensen die het aan collega's kan uitleggen, en per team een blad met afspraken. Dat is genoeg om een uitbreiding te onderbouwen, en ook genoeg om te besluiten dat u voorlopig niet uitbreidt. Beide uitkomsten zijn beter dan een licentie die doorloopt omdat niemand weet wat hij oplevert.

09De post die zelden begroot wordt

In de begroting van een Copilot-traject staan de zetels. Wat er meestal niet in staat, is de tijd van de mensen die de invoering dragen: het opruimen van de rechten, de uren van de aanspreekpunten, de tweede sessie, de analyse na negentig dagen. Die post is bescheiden vergeleken met de licentiekosten, en hij bepaalt wat de licentiekosten opleveren.

Het rekensommetje is oncomfortabel eenvoudig. Een organisatie met tweehonderd licenties betaalt daar per jaar een substantieel bedrag voor, ongeacht of er wordt gewerkt. Blijft het gebruik bij een kwart van de mensen hangen, dan betaalt u vier keer de prijs per actieve gebruiker. De begeleiding die dat had kunnen voorkomen, kost een fractie van dat verschil. Wat de licenties precies kosten en welke posten daar nog naast komen, staat uitgewerkt in wat kost Microsoft 365 Copilot echt. Twijfelt u nog over de keuze van het hulpmiddel zelf, dan legt Copilot, ChatGPT of Claude de vier opties naast elkaar.

Tot slotNuchtere conclusie

Een uitrol die vastloopt, loopt zelden vast op een verkeerde keuze van hulpmiddel. Hij loopt vast omdat de licentie het eerste was wat er gebeurde, terwijl het de vierde stap had moeten zijn. Alles wat in dit artikel staat, komt neer op het naar voren halen van drie dingen die normaal gesproken achteraan staan: weten wie het werk doet waar het hulpmiddel bij past, weten wat er in de gedeelde mappen staat, en weten wat u gaat meten.

Dat is geen bijzondere kunst en het kost geen kwartaal aan voorbereiding. Het kost twee weken kijken voordat u koopt, en het levert een gesprek op waarin u kunt onderbouwen wat er gebeurd is. In een periode waarin een op de vijf Nederlandse AI-projecten een meetbaar resultaat laat zien, is die onderbouwing zelf al een voorsprong.

Loopt uw eigen uitrol op een van deze vijf plekken vast, dan is de eerste stap meestal niet een training maar een diagnose: waar zit het precies, en wat is daar de goedkoopste ingreep voor. Dat is waar onze training AI-adoptie mee begint, en het is ook waar een vrijblijvend gesprek mee begint.

BronnenGeverifieerd op 12 september 2026

Van uitrol naar gebruik

Geef uw AI-adoptie een volgorde die werkt

Mellaart Trainingen begeleidt Nederlandse organisaties van licentie naar aantoonbaar gebruik: meten, opruimen, oefenen met eigen werk en borgen. Online of op locatie.